By using our site you agree to the use of cookies. We use them to increase the quality of this site especially for you, they help us understand your needs (help us collect statistics), help our partners deliver the right content displayed on our website. To learn more about the cookies please click here.

cookies
noimage

Geschiedenis van Het Steen

De eerste vestingen met aarden wallen op de plaats van de huidige burcht verschenen in de 8e - 9e eeuw tijdens de invasie van de Noormannen. Die stichtten er hun nederzetting op de modderige oevers van de Schelde om heffingen te innen of gewoon om voorbijvarende handelaars uit de buurt te plunderen. Het is mogelijk dat dit historische moment is weerspiegeld in de legende van de reus Druon Antigoon die binnen de muren van het fort zou hebben geleefd en die door de dappere Romeinse soldaat Silvius Brabo zou zijn verslagen. De afgehakte en in de Schelde gegooide hand van de reus werd een inspiratie voor de naam van de stad - "Hand werpen". Het wapen in de Antwerpse vlag toont zowel het Steen zelf als de afgehakte hand.

In de 10e eeuw stond op de rechteroever van de Schelde al een mooie burcht, gemaakt van lichte uitgehouwen stenen, die het verdedigingscentrum van de stad werd. Aan het einde van de 11e eeuw behoorde de vesting toe aan de hertog van Neder-Lotharingen, Godfried IV van Bouillon, die beroemd werd om zijn militaire prestaties tijdens de eerste kruistocht. Om geld in te zamelen voor de bewapening van zijn 10.000 ridders tellende leger moest de hertog talrijke kastelen op zijn landgoed verkopen en moest hij zelfs het hertogdom Lotharingen oprichten. Dit offer bleek niet zinloos en Godfried van Bouillon schreef zich uiteindelijk de annalen in als de eerste heerser van het Koninkrijk Jeruzalem.

De Antwerpse burcht werd grondig omgebouwd in de jaren 1200-25, toen er zich verschillende stedelijke autoriteiten vestigden. Afgezien van de burcht zelf, waren hier de volgende instanties gevestigd: gerechtelijke en gemeentelijke gebouwen, de Sint-Walburgakerk, een scheepswerf, pakhuizen en een vismarkt. In die tijd werd het gebouw aan drie verschillende zijden via poorten betreden. In de 15de eeuw, tijdens het bewind van de Bourgondische dynastie, bloeide Antwerpen helemaal op en werd de stad één van de belangrijkste Europese havens, waar veel buitenlandse kooplieden de opening van hun vertegenwoordiging als iets eervols beschouwden.

Het Steen werd ook sterk ongebouwd in 1520, toen de stad toebehoorde aan de keizer van het Heilige Roomse Rijk, Karel V. Aan de gevel van het kasteel vallen nog steeds de verschillen te zien tussen de donkere fundering uit de 13e eeuw en de iets lichtere bovenbouw die ten tijde van Karel V door de architecten Keldermans en De Waghemakere werd gemaakt. In deze periode kreeg het kasteel de naam "Heeren Steen" (Koninklijk stenen kasteel). Als gevolg daarvan werd deze naam afgekort tot "Het Steen". In 1549 schonk de keizer het fort aan het stadsbestuur van Antwerpen, dat het tot in de tweede helft van de 19de eeuw in zijn beheer had.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog, in 1585, werd Antwerpen veroverd door het Spaanse leger, wat de economische neergang en de achteruitgang van de handel in de hand werkte. Ook na de Vrede van Münster bleef de stad onder Spaans bewind en had Antwerpen geen toegang meer tot de zee, zodat de zeevaart op de Schelde stilviel. In deze moeilijke periode had de stadsbevolking extra te lijden onder de Spaanse inquisitie, die zich in Het Steen vestigden en die iedereen die van ketterij of ongehoorzaamheid werd verdacht naar de brandstapel stuurden en hun bezittingen aan de schatkist overdroegen. Het economische leven in de stad doofde uit, maar Antwerpen werd nog steeds beschouwd als een enorme bron van cultureel en artistiek leven in de Zuidelijke Nederlanden.

In 1635 werd het Steen gekocht door de beroemde schilder Peter Paul Rubens, die hier de laatste jaren van zijn leven veel tijd doorbracht. Het historische kasteel is door hem afgebeeld in het schilderij "Een herfstlandschap met uitzicht op Het Steen", dat zich nu in de National Gallery in Londen bevindt. De kunstenaar vond het kasteel zo mooi dat op zijn verzoek, na zijn dood, de woorden "Heer van Steen" op zijn grafsteen in de Sint-Jacobskerk werden gebeiteld.

In de tweede helft van de 17de eeuw werd het Steen door het stadsbestuur gebruikt als gevangenis en als rustoord voor invalide soldaten. Tijdens de Napoleontische oorlogen, toen Antwerpen tot één van de belangrijkste militaire havens werd omgevormd, herbergde het Steen een garnizoen van het Franse leger. In 1827 werd het fort gekocht voor gedeeltelijk gebruik. Toen bevonden zich binnen de muren verschillende vismagazijnen, een houtzagerij en woonvertrekken. In de tweede helft van de 19e eeuw kocht het stadsbestuur het historische kasteel opnieuw op, werd het gerestaureerd en in 1864 opende het zijn deuren als archeologisch museum.

Helaas werden veel van de historische gebouwen binnen de vesting, waaronder de oudste kerk van de stad, vernield in de jaren 1880, tijdens de werkzaamheden om de kustlijn recht te trekken om te voorkomen dat de Schelde zou dichtslibben. Het kasteel zelf werd gered en in 1890 werd er een nieuwe vleugel aan toegevoegd en werden andere delen van het gebouw gereconstrueerd. In 1952 werd besloten om er de collecties van het Nationaal Scheepsvaartmuseum onder te brengen. Het Steen werd na renovatiewerkzaamheden in 1958 geopend.